De Kunst van Samenwerken

Een strategische noodzaak in tijden van systeemverandering

Door Jack Kruf

Als gemeentesecretaris ben ik vele jaren nauw betrokken geweest bij tal van verbanden en bij specifieke samenwerkingen met andere gemeenten, de provincie en in regionaal verband werkende organisaties.

Als founding president van PRIMO Europe – een Europese vereniging gericht op kennisdeling die goede publieke sturing bevordert met als motto ‘We care about good governance’– heb ik mij gericht op raamwerken, modellen, methoden en technieken die het bestuur en de ambtelijke top van publieke organisaties kunnen helpen om succes te bereiken in en door samenwerking. Als ecoloog heb ik vanuit het hart leren kijken naar complexe ecosystemen. Daarin heb ik gezien dat overleven, vernieuwen en ontwikkelen altijd is gebaseerd op strategische en uitgekiende vormen van samenwerking. Veel van deze inzichten zijn te transponeren naar de stad als ecosysteem, daarvan ben ik overtuigd.

Oriëntatie

De afgelopen jaren is onder mijn leiding door PRIMO Europe nauwgezet geïnvesteerd in dialoog, diagnose en didactiek om het kennisgoed op het gebied van samenwerken te beoefenen en te bevorderen. Het heeft geleid tot de ontwikkeling van een educatieprogramma voor de top van lokale en regionale publieke organisaties. Een programma waar inhoudelijke expertise, besturingskracht en organisatievermogen elkaar kunnen ontmoeten. Daarmee migreerde de vereniging van haar focus op risicomanagement naar dat van scenario-denken, co-creatie, design-denken en de architectuur van bestuur en navigatie met betrekking tot publieke waarden.

“Samenwerken was al de sleutel tot succes, maar met de huidige grote maatschappelijke veranderingen wordt het een strategische noodzaak, omdat ook het systeem van besturing zelf aan het veranderen is.”

De kern daarvan is gericht op kennisdeling met betrekking tot en het bevorderen van professionele besturing door middel van samenwerking, inclusief de elementen en randvoorwaarden die daarbij een rol spelen. Het doel is eenvoudig: slagvaardig en effectief kunnen inspelen op de grote veranderingen van deze tijd. Mijn aandrijfasje daarbij is de kennis en ervaring als gemeentesecretaris, een rol die kan worden betiteld als een spin in het web van verbanden en samenwerkingen. In dit artikel deel ik enkele van deze ervaringen. Eén ding is duidelijk: samenwerken was al de sleutel tot succes voor gemeenten, maar met de huidige grote maatschappelijke veranderingen wordt het een strategische noodzaak, omdat ook het systeem van besturing zelf aan het veranderen is. 

De nieuwe verbondenheid tussen de systeemwereld (van hen die het publieke domein besturen) en de leefwereld (burgers, bedrijven en samenleving in de dagelijkse context) maakt dat het opnieuw verkennen van effectieve nieuwe vormen van besturing en vooral levering van producten en diensten aan de burger, hoog op de agenda komt. Publieke leiders moeten zich daarbij meer dan ooit verdiepen in wat zich feitelijk bij de doelgroep en in de samenleving voordoet, moeten weten welke partners zij daarbij nodig hebben en met wie zij hun beleid en uitvoering moeten afstemmen, als ze succesvol willen zijn. Het sturen vanuit de bedoeling om de samenleving in al haar complexiteit te leiden, om te beschermen, om te hoeden is een kunst op zich geworden, die om zowel herijking van inspiratie als om vernieuwing van het vakmanschap vraagt.

Dat is niet zo eenvoudig gezegd als gedaan. Het zijn nieuwe leidende principes. De vragen moeten passen in de paradigmashift van de nieuwe systeemsturing. Het ontwerpen van de dagelijks (be)sturing is geworden tot hoofdproces. Samenwerking daarin is de sleutel.

Vormen van samenwerking

Samenwerking kent vele gedaanten. Het is natuurlijk niet alleen de gemeente A of B die elkaar wel of niet kunnen vinden in samenwerking. Het begint vaak binnen de eigen organisatie in de afstemming tussen beleidsvelden of tussen beleid en bedrijfsvoering, tussen strategie en uitvoering. Er is de samenwerking met hogere overheden, zoals regio, provincie, federaal: multilevel governance.

Naast publiek-publieke samenwerking is er de publiek-private samenwerking. Deze vragen niet alleen om goede contracten, maar zeker ook om goede contacten. En er is samenwerking met burgers en civiele organisaties. Overheden kunnen en moeten meer participeren in elkaars domeinen. In een gemeente als Roosendaal met ca. 80.000 inwoners zijn bijvoorbeeld 1100 organisaties actief in de samenleving. Het is evident dat, als je als college van burgemeester en wethouders succes wilt, samenwerking met het maatschappelijk veld een must is.

Het eigen leiderschap

In de masterclasses en denktanks van PRIMO Europe blijkt dat er bij bestuurders en topmanagers veel behoefte bestaat aan onderlinge uitwisseling van kennis en ervaring. Aan reflectie ook. Gezien de complexiteit van samenwerking als fenomeen, wordt intervisie vaak toegejuicht. Zo kan er in vertrouwen en in alle rust gespard worden over de gekozen aanpak en vorm van samenwerking. Wij zetten met partners in om de kunst van reflectie te verheffen ter versterking van het vakmanschap van de publieke leider.

“Er is grote behoefte aan een veerkrachtig bestuur, dat adequaat reageert op de snelheid en kracht waarmee veranderingen op gemeenten en samenlevingen afkomen.“

Multidisciplinaire aanpak nodig

Uit gesprekken komt naar voren dat het verbinden met andere disciplines, met inhoudelijk deskundigen, uitvoerders, de inwoners van de stad, bedrijven, ondernemers, civiele organisaties en wetenschappers leidt tot vernieuwende inzichten. Het verbindt wetenschap en praktijk. Dat is hard nodig. Het versterkt het inzicht in de achtergronden en werking van de maatschappelijke veranderingen, wat cruciaal is. Het smeedt netwerken op strategisch niveau, waarbij samenwerken doorslaggevend is. En het leidt tot strategische inzichten. Het praten over de grenzen van het eigen vakgebied, het verkennen in de keten horizontaal of tussen overheden verticaal, over de grenzen van wetenschappen of beleidsterreinen, kan inzichten vergroten.

Er is grote behoefte, zo voelt het als ik de dialogen van de afgelopen jaren de revue laat passeren, aan een veerkrachtig bestuur, dat adequaat reageert op de snelheid en kracht waarmee veranderingen op gemeenten en samenlevingen afkomen. Wat bijzonder is, is dat bij navraag aan de behoefte om het eigen leiderschap te versterken, telkens drie velden elkaar ontmoeten. Met name de inhoud van het vraagstuk (zorg, energie, veiligheid, water, klimaat), de vorm van samenwerking (in de keten, burgerparticipatie, publiek-publiek, publiek-privaat, omgang met multidisciplinariteit) en de bedrijfsvoering van de eigen organisatie (financiële middelen, HRM-vraagstukken en de architectuur en metasturing van samenwerking). Bijzonder is daarbij dat wordt aangegeven dat alle velden zich tegelijkertijd aandienen. Een systeemvraagstuk dient zich aan, zo blijkt.

En sprekend over samenwerking komt telkens de vraag naar voren hoe in te spelen op deze vraagstukken als je systeemverantwoordelijk bent. Het handelen bij grote maatschappelijke veranderingen vergt andere vaardigheden dan nodig zijn bij regulier management en het werken in lage dynamiek. Deze bestaan uit onder meer ontwikkelen, innoveren, realiseren, ondersteunen en aanjagen. Voor de ontwikkel- en innovatie­kant heb je een andere aansturing en andere mensen nodig.

Secretarissen en algemeen directeurs van publieke organisaties moeten daarom hybride zijn: ze moeten zowel operationele beheersing als innovatieve kracht in zich hebben. In principe is dit altijd al het geval geweest, maar de verwachtingen zijn met de transities zoveel anders geworden. Het tempo van aanpassen aan de nieuwe en snel veranderende realiteit is een must.

Samenwerken is het nieuwe normaal

Het is evident dat de maatschappelijke opgaven wijzen in de richting van samenwerken als het nieuwe normaal. Bestuurssecretarissen en algemeen directeuren van gemeenten, provincies en waterschappen, maar ook van relevante verbonden partijen zoals gezondheidsdiensten, omgevingsdiensten, regionale samenwerkingsverbanden en veiligheidsregio’s moeten elkaar kunnen en willen vinden. 

Het is een onderdeel van leiderschap geworden: verbindingen zoeken en nabijheid creëren. Samenwerken is cruciaal. Uit gesprekken en intervisies komt naar voren dat dit zich toespitst op de volgende sturingsaspecten van het systeem:

• strategie en publieke waarde,
• netwerken en allianties,
• werken vanuit de bedoeling,
• bedrijfsmodellen regionale ontwikkeling,
• verantwoordelijkheden, rollen en competenties.

Ten slotte

Samenwerken is een groot goed. Het verdient in het nadenken erover een volledige onderkenning van wat nodig is om meerwaarde te scheppen, van een scherp oog wat voor type van interactie voorligt en van respect voor elkaar.

Samenwerken is geen doel op zich, maar een middel.

Eerlijkheid en openheid met betrekking tot architectuur, inrichting en besturing ervan is essentieel om echt slagvaardig te zijn. Samenwerken is een vak, omdat het goede contracten vereist. Samenwerken is een competentie, die past in het nieuwe profiel van elk publiek leider.

De voorliggende maatschappelijke opgaven zijn groot. Het vraagt om publiek leiderschap dat strategie, implementatie en verbinding kan combineren. Samenwerken is de enige weg voorwaarts. Het is een strategische noodzaak in tijden van systeemverandering. Het is een Kunst, met een grote K.

Bibliografie

Kruf, J.P. (2021). De Kunst van Samenwerken: Een strategische noodzaak in tijden van systeemverandering. VIEWZ 2021-1

Website Viewz

De Grutto

door Jack Kruf

De Grutto (Bron: Wikipedia)

Je vliegt in juli van Nederland naar West-Afrika. Je beschikt over een eigen ingebouwd, zeer geavanceerd navigatiesysteem om je weg te vinden. Een trektocht met echt avontuur. Over Europa, de Straat van Gibraltar en dan nog een heel eind naar Senegal en Guinee-Bissau, zo’n 6500 km vliegen. Nergens personeel – in al die verkeerstorens onder je – dat je de weg wijst, tips geeft, tussentijden. Nee, niets van dat al. Geen computers en satellieten die je de weersvoorspellingen doorgeven. Just you. Op je eigen intuïtie en je magnetisch kompasje.

Je verlaat je vertrouwde stekje hoogzomer, vanaf jouw weiland ergens in Nederland. Jouw thuis. Ja, jouw leefwereld. Je woont er en je hebt er je kinderen grootgebracht. Je vertrekt alleen – een werkelijke en wezenlijke Alleingang. Je vliegt duizenden kilometers ver weg om de Hollandse najaarsstormen en vrieskou te ontvluchten. Lekker overwinteren in het warme klimaat van West-Afrika is immers veel comfortabeler.

En als je terugkomt – 7 maanden later – weet je als vanzelf weer de weg naar jouw plekje. Je weet waar jouw thuis is. Exact. Op de meter nauwkeurig zelfs. Zo ben je eraan gehecht. Het is een diep gevoel. Je moet dit jaar helaas uitwijken. De gemeente heeft langs de weg aan jouw weiland een serie lantaarnpalen en lichtmasten geplaatst voor het aangrenzende sportpark in aanleg. Vorige jaar moest je ook al verkassen omdat je weiland niet drassig genoeg meer was. Je haat licht, je kunt niet tegen geluid en een harde grasmat is niet jouw ding. Je moet op zoek, omdat je gevoelig bent voor al die veranderingen. Je kunt er niet zo goed meer omgaan. Dan toch maar weer verder dan, naar een nieuw stekje.

Je hecht aan absolute rust, om op je gemak je nestje te kunnen bouwen. Je weet by heart waaraan je hecht, wat jouw randvoorwaarden zijn voor een goed leven. Je hebt deze geleerd van je ouders, en die weer van hun ouders. Je bent wie je bent en gedeit in rust en balans. Al vele duizenden jaren zijn het vaste waarden geweest en hebben er uiteindelijk voor gezorgd dat jij hier staat, op dit weiland. Sub-optimaal is geen optie, omdat het niet bij je past. Je weet wat je nodig hebt.

Je zoekt dezelfde waarden als elk mens. Een vast thuis waar je naar terug kunt na je vakantie. Je zit in feite in hetzelfde schuitje als elke migrant die van huis en haard zwerft, zoekt en opnieuw het thuis moet vinden. ‘Thuis’ is waar het om draait. wat je drijft. Vele duizenden kilometers elk jaar ‘on the road’, net als veel migranten die voor oorlog, geweld of honger op zoek zijn naar een nieuw thuis. Gek genoeg vormt thuis de basis van al je omzwervingen.

Thuis als vaste waarde, ja zelfs een publieke waarde, omdat ‘thuis’ universeel is. Een set van basisvoorwaarden om je leven te kunnen leiden. Kernwaarden voor Homeland. Je verlangt naar thuis, telkens weer. Thuis. Koersvast. Niet in staat of bereid tot compromissen op de voor jou relevante waarden, omdat je bent wie je bent. Honkvast. Betrouwbaar thuis. Welkom, thuis.

Je bent een inwoner van ons land, een migrant op zoek naar ’thuis’ in jouw en mijn land. Je bent een grutto.

*Sovon Vogelonderzoek Nederland en CBS rapporteren op 27 maart 2017 in de Boerenlandvogelindicator: “ Boerenlandvogel in het nauw. Sinds 1960 is het aantal boerenlandvogels met 60 tot 70 procent teruggelopen. Dat komt neer op de verdwijning van meer dan tweeënhalf miljoen broedvogels in ruim vijftig jaar. Het aantal patrijzen, zomertortels, ringmussen is gedecimeerd en van de grutto’s is twee derde (afname 68%) verdwenen.

Aristotle and ecology

M. D. Usher | 2023

“When zoologist Ernst Haeckel (1834–1919) coined the word ecology in 1866 he defined it as “the relation of the animal to its organic and inorganic environment.” But did he coin it?

Aristotle, arguably the world’s first zoologist, gave a tantalizing preview of the idea in Parts of Animals, written around 350 BCE.

Aristotle urges us to study animals closely for what they reveal about the larger world around us, including ourselves, for, as he puts it, “Nature does nothing in vain,” and “in all of Nature there is something wonderful.” His insistence that scientific investigation should always be concerned with systemic wholes is particularly inspired”

Bibliography

Usher, M. (2023, October 12). Aristotle and ecology. Princeton University Press. https://www.theoceancleanup.com/updates/whales-likely-impacted-by-great-pacific-garbage-patch/

The Mind of a Bee

Lars Chittka | 2022

Most of us know the hive mind—the power of bees as a fantastic collective. But do we know how uniquely intelligent bees are as individuals?

In The Mind of a Bee, scientist and author Lars Chittka draws from decades of research, including his pioneering work, to argue that bees have remarkable cognitive abilities. He shows they are profoundly smart, have distinct personalities, can recognise flowers and human faces, exhibit basic emotions, count, use simple tools, solve problems, and learn by observing others. They may even possess consciousness.

Taking readers deep into the sensory world of bees, Chittka illustrates how bee brains are unparalleled in the animal kingdom for the sophistication packed into their tiny nervous systems. He looks at their innate behaviours and how their evolution as foragers may have contributed to their keen spatial memory. Chittka also examines the psychological differences between bees and humans, as well as the ethical dilemmas that arise in conservation and laboratory settings because bees feel and think. Throughout, he touches on the fascinating history behind studying bee behaviour.

Exploring an insect whose sensory experiences rival those of humans, The Mind of a Bee reveals the singular abilities of some of the world’s most incredible creatures.

Bibliography

Chittka, L. (2022) The Mind of a Bee. Princeton, USA: Princeton University Press.