Kennismaken met decentrale overheden

Een verkennende studie naar de strategische kennisbehoefte van provincies, gemeenten en waterschappen in samenhang met de decentralisatie van het omgevingsbeleid

Jeannette Beck (projectleider), Lia van den Broek, Olav-Jan van Gerwen | oktober 2013

Het interface tussen landelijke kennisinstituten en decentrale overheden (provincies, gemeenten en waterschappen) is boeiend. Het ligt voor de hand dat politici en bestuurders gebruikmaken van de feitelijke kennis die voorhanden is, om het eigen proces van beleidsvorming kracht bij te zetten. Opstellers van onderzoeksrapporten daarentegen zien hun bevindingen niet of nauwelijks toegepast in de dagelijkse praktijk van het openbaar bestuur.

Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft een verkennende studie gedaan naar de strategische kennisbehoefte van decentrale overheden, in dit geval in samenhang met de centralisatie van het omgevingsbeleid.

De conclusies in het lezenswaardige rapport Kennismaken met decentrale overheden zijn zorgvuldig maar direct en onomwonden geformuleerd. Het creëert een bewustzijn dat vraagt om een meer gerichte toenadering door beide werelden. Die liggen nu soms ver uiteen. Publicaties van nationale kennisinstituten zijn niet goed bruikbaar in de decentrale beleidspraktijk. Een citaat uit het rapport:

"Vrijwel alle geïnterviewden bij provincies, gemeenten en waterschappen stellen dat zij publicaties van nationale kennisinstituten volgen, maar dat deze telkens diepgang op regionaal niveau missen. Meestal schort het aan regionale en provinciale uitsplitsingen in bijvoorbeeld tabellen of kaarten.

Ook geven de geïnterviewden aan dat de ‘lens’ waardoor nationale kennisinstituten kijken niet scherp genoeg is afgesteld om de specifieke mix van problematiek in hún regio te analyseren. Daarnaast is wetenschappelijke kennis sec voor decentrale overheden lastig te gebruiken, omdat deze vaak te specialistisch van aard is en niet direct toepasbaar is in beleidsstukken doordat de resultaten niet vertaald zijn naar relevante beleidsinformatie.

De mismatch ontstaat doordat het onderzoek dat rijkskennisinstituten voor de nationale beleidscyclus uitvoeren een overwegend verkennend en signalerend karakter heeft, waarbij deze instituten de nadruk leggen op fundamenteel wetenschappelijke onderbouwing op landelijk schaalniveau, terwijl decentrale beleidsmakers vooral behoefte hebben aan regionaal toepasbaar beleidsvormend onderzoek dat aansluit de beleidspraktijk. (PBL, pagina 38)”

Het blijft een uitdaging om de gestage stroom aan publicaties en rapporten te kanaliseren en te brengen naar het punt waarop concreet in wijk, dorp en stad geacteerd moet worden.

Je zou kunnen zeggen dat we eigenlijk alles al weten, maar dat de kennis steeds opnieuw haar weg moet vinden naar het kruispunt waarop politiek, bestuur, management, bedrijf en burger elkaar ontmoeten. Deze kennisdeling is uitdagend omdat het cruciaal is voor goed openbaar bestuur. Dit rapport uit 2013 biedt blijvende handvatten in de uitgewerkte voorbeelden.

Bibliografie

Beck, J., Van den Broek, L., & Van Gerwen, O. (2013). Kennismaken met decentrale overheden: Een verkennende studie naar de strategische kennisbehoefte van provincies, gemeenten en waterschappen in samenhang met de decentralisatie van het omgevingsbeleid. Den Haag, Planbureau voor de Leefomgeving.

Download rapport.

Bees and Government

Hymenoptera morphology. Source Wikipedia.

“Honey bees are brilliant at collective decision making”, according to biologist Thomas B. Seeley (2010) on the Harvard Business Review Blog. All leaders can learn from the way bees communicate, debate and decide. How to mobilise all available knowledge, expertise, insights, views and opinions within the organisation in the process of choosing the right direction. This is all about strategy in its highest form. The bees seem to be masters in this.

Seeley lines out the next crucial factors for optimal decision making:

  • Remind the group’s members of their shared interests and foster mutual respect, so they work together productively.
  • Explore diverse solutions to the problem, to maximise the group’s likelihood of uncovering an excellent option.
  • Aggregate the group’s knowledge through a frank debate.
  • Minimize the leader’s influence on the group’s thinking.
  • Balance interdependence (information sharing) and independence (absence of peer pressure) among the group’s members.
Lees verder →

Nederlandse code voor goed openbaar bestuur

Beginselen van deugdelijk overheidsbestuur

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | januari 2009

Mevrouw dr. G. ter Horst (de minister): “Beginselen van de democratische rechtsstaat vormen in Nederland het kader van ons functioneren. Burgers en overheid moeten er samen invulling aan geven. De overheid kan dit niet zonder de burgers; de burgers kunnen dit niet zonder de overheid. In die wederkerigheid is een juiste balans nodig van rechten en plichten van de burger enerzijds, en van de overheid anderzijds.

De rechten en plichten van burgers liggen vast in formele wetten en regels. Daarnaast doet het Handvest verantwoordelijk burgerschap een informeel, moreel beroep op burgers om actief en verantwoordelijk in de maatschappij te staan.

Er zijn ook veel formele wetten en regels die het functioneren van het openbaar bestuur vastleggen. Deze wetten en regels nodigen – juist door hun formele karakter – niet per se uit tot zelfreflectie. Daardoor zouden we bijna uit het oog verliezen waarom we al die wetten en regels hebben: om te voorzien in maatschappelijke behoeften binnen het kader van de democratische rechtsstaat.

Lees verder →